Voorpublicatie ‘De Misleider’ op website Athenaeum Boekhandel

15 januari verschijnt ‘De Misleider’, mijn Nederlandse vertaling van Walter Tevis’ ‘The Hustler’, uitgegeven door Uitgeverij Brooklyn en mede mogelijk gemaakt door een mentoraat van het Expertisecentrum Literair Vertalen en de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond. Lees hier alvast een fragment, op de website van Athenaeum Boekhandel!

Ga naar de voorpublicatie van ‘De Misleider’

Advertenties

Interview door blogger Booksien (Francine Maessen)

Vrijdag 1 december werd ik bij mij thuis geïnterviewd door Francine Maessen, voor haar blog Booksien. Francine is masterstudent literatuurwetenschappen aan de Universiteit Leiden en schrijft op haar Engelstalige blog over ‘Literary Travels’ (literaire plekken, goede boekhandels in grote steden en meer) en ‘Bookish Culture’ (literatuur, lezen en alles wat daarmee te maken heeft) en schrijft daarnaast reviews. Ik ken niemand die zo veel  leest als Francine (ze is niet voor niets een van de top contributors op GoodReads) en ik lees met plezier haar blog. Toen ze vroeg of ze mij mocht interviewen zei ik natuurlijk meteen ‘ja’! En ik mocht ook nog eens met mijn boekenkast op de foto.

Hieronder vindt u de link naar het interview, wat u kunt lezen op Francine’s blog Booksien.

When I’m translating poetry, I forget about time.

Conferentie Parijs: sfeerimpressie & nog meer ontdekkingen

Eerder schreef ik al dat ik naar Parijs zou gaan voor een conferentie van de EBSN, oftewel de ‘European Beat Studies Network.’ Mijn doel was om meer te leren over de Beats en om met mensen in contact te komen die meer wisten over Jan Kerouac, auteur van Baby Driver en Trainsong en dochter van Jack Kerouac. Dat is gelukt: ik heb haar biograaf Gerald Nicosia ontmoet. Hij was goed bevriend met Jan Kerouac en werkt aan een biografie, The Last Days of Jan Kerouac. De biografie is nog niet af, maar een paar hoofdstukken zijn al uitgegeven in de vorm van een klein chapbook, dat ik op de conferentie gekocht heb.  Maar hoe is het mij verder vergaan?

Het was FAN-TAS-TISCH! Echt waar. Ik overdrijf niet als ik schrijf dat ik me in tijden niet zo gelukkig heb gevoeld. Ik heb drie dagen lang alleen maar lopen stralen en als een spons, de blijst mogelijke spons, enorme hoeveelheden kennis over ‘de Beats’ in me opgezogen. Nu heb ik een collegeblok vol aantekeningen (in hanenpoten … ) en een hele rits aan boeken, schrijvers en andere dingen waar ik meer over wil weten. En veel inspiratie om ook zelf te gaan schrijven. Een goede oogst dus.

Dat ik zo’n blij ei was daar in Parijs kwam niet alleen omdat ik de materie (waarover later meer) zo interessant vond, maar had ook alles te maken met de andere conferentiegangers. Die ‘beat scholars’, dat is best een bijzonder slag mensen. Geen nette ernstige academici in jasje-dasje [sorry voor dit stereotype]  maar wel intelligente, eigenzinnige en warme mensen. En soms ietwat tegendraads, maar dat is natuurlijk volstrekt begrijpelijk als het je werk is om The Beats te bestuderen.

De EBSN is nadrukkelijk een club die er niet alleen is voor academici, maar ook voor vertalers, critici, journalisten en dichters, schrijvers en andere kunstenaars. Er waren zelfs mensen op de conferentie die de Beats nog gekend hebben. Hierdoor ontstond een zeer gemêleerd gezelschap, waartussen ik me erg thuis voelde.

Tijdens het welkomstdiner aten we aan lange tafels een driegangendiner onder de luifel van een hip tentje aan de Seine , in de buurt tegenover Bercy, aan de linkeroever, la Rive Gauche. Ik zat tegenover een vertaler Duits en samen kwamen tot de conclusie dat The Beat Generation voor de mensen op deze conferentie veel meer was dan alleen een interessant studieonderwerp. Iedereen was zó gepassioneerd! Iedereen had wel iets bijzonders met de Beats, iets dat veel verder ging dan alleen intellectuele interesse.  Zo veel liefde voor een stel dode schrijvers …

Dan nu over tot mijn literaire ontdekkingen – ik ben tenslotte niet voor niets “literair avonturier.” Ik houd het bij een kort lijstje, want wellicht volgen er nog meer blogs. Op de conferentie heb ik ontdekt:

  • Paul Bowles, waar ik een paar dagen geleden al een blog over schreef. Geen echte Beat, maar wel iemand die The Beats geïnspireerd heeft.
  • Alfred Chester, een bijzondere verschijning die woonde en werkte in Parijs, Tangiers en uiteindelijk Jeruzalem, waar hij doordraaide, aan de drugs raakte en veel te jong overleed. Lees hier meer over deze unsung hero,  op de boekenpagina van The Guardian.
  • Haiku.  Yuku Otomo, een Japanse kunstenares en dichteres die in New York woont, hield een prachtig verhaal over haiku, en dan vooral over de esthetiek: wabi, sabi en karumi. Yuku was ook groot fan van Kerouacs haiku.
  • Door de conferentie is mijn liefde voor Kerouac weer aangewakkerd.  Bovenaan mijn lijstje staat het lange gedicht Mexico City Blues.
  • Ik wil meer weten over de vrouwelijke Beats: Carolyn Cassidy, Diane di Prima, Joanne Kyger, Jane Bowles, Ruth Weiss, Elise Cowen, en Joyce Johnson.
  • Candy . Deze beroemde erotische roman uit 1958 werd geschreven door “Maxwell Kenton” a.k.a. Terry Southern en Mason Hoffenberg en werd uitgegeven door de Franse dirty books uitgeverij Olympia Press (tevens uitgever van Burroughs) en later door Putnam Books in de VS, zonder toestemming nota bene, waarna het een behoorlijke bestseller werd en beide schrijvers ontzettend veel royalty’s misliepen. In 1968 verfilmd als “pornografisch satire” met Ewa Aulin in de hoofdrol en met oa Marlon Brandon, Richard Burton, Ringo Starr en Charles Aznavour. Ik ben nieuwsgierig.
  • William Burroughs (Dûh.) Als The Sheltering Sky uit is ga ik me maar eens aan zijn cut-up boeken wagen. Zes jaar geleden was Naked Lunch echt nog veel te raar voor me, maar de conferentie heeft me veel nieuwe inzichten gebracht, waardoor ik het nu wel weer aandurf. Ik ga beginnen met The Wild Boys: A Book of the Dead. De man achter de kassa in boekhandel Shakespeare & Company vroeg me nog: weet je dat wel zeker? Heb je al eerder Burroughs gelezen? Ik ben heel benieuwd of ik er doorheen kom. En anders ken ik nu genoeg Burroughs-experts (op de conferentie vaak te herkennen aan hun hoofddeksels) om vragen aan te stellen!

Parijs, mijn Marokkaanse buren, Paul Bowles en de woestijn

Tijdens mijn trip naar Parijs voor de conferentie van de ‘European Beat Studies Network’ (EBSN) heb ik een nieuwe ontdekking gedaan: de Amerikaanse  schrijver en componist Paul Bowles, die bijna veertig jaar van zijn leven doorbracht in de Marokkaanse stad Tangiers. Maar wat heeft Bowles te maken met mijn Marokaanse buren? Dat zal vanzelf duidelijk worden!

mechbalplaque2

Overal om mij heen zie ik dat onbegrip en wantrouwen jegens alles dat met de Islam, Noord-Afrika en het Midden-Oosten te maken heeft, groeit. De oorzaken daarvoor zijn denk ik 9/11, de oorlog in Syrië, alle aanslagen uit naam van IS en de resulterende vluchtelingstroom richting Europa, die door veel mensen natuurlijk als een bedreiging wordt gezien. Dat zorgt mijns inziens voor een vaak eenzijdige en negatieve beeldvorming over de islam en het Midden-Oosten in de westerse media, waar door bepaalde politieke partijen gretig gebruik van wordt gemaakt.

Bij mij heeft deze maatschappelijke beweging er juist voor gezorgd dat mijn interesse in Noord-Afrika en het Midden-Oosten gegroeid is. Waarom? Sympathie voor de underdog, dat sowieso. Racisme en discriminatie zijn, wat mij betreft, niets anders dan angst voor ‘De Ander’, angst voor wat men niet kent. Of men heeft een zondebok nodig, omdat dat dat nu eenmaal makkelijker is dan problemen zelf op te lossen.

Maar er is meer.  Het afgelopen jaar ben ik ook verhuisd, naar een portiekflat, sociale woningbouw in Leiden-Noord. Ik ben de enige in mijn portiek die geen migratieachtergrond heeft (de andere bewoners zijn Turks, Soedanees en Marokkaans)  en tussen onze flat en de moskee staat slechts één andere flat. Hoewel de Ramadan me van de zomer wakker heeft gehouden, was ik ook gefascineerd door de enorme sliert mensen in feestelijke kleding die ik ’s avonds laat vaak de Moskee zag uitkomen, en door de bijzondere muziek die ik soms hoorde. Ook het gebouw zelf vind ik erg mooi, vooral tegen zonsondergang, in warm licht.

Soms reageren mensen nogal negatief als ik vertel waar ik ben gaan wonen. Iemand zei bijvoorbeeld: ‘Oh, woon jij in dat integratie-project?’ Ik doe hard mijn best om dat soort reacties te ontkrachten, bijvoorbeeld door te vertellen hoe ontzettend aardig mijn Marokkaanse buren zijn. Ik kreeg meteen hun wifi-wachtwoord toen ik nog geen internet had en ze vragen altijd hoe het met me gaat. Laatst mocht ik blijven eten, tajine met kip en rijst, en na het eten heb ik hun sprookjesachtige trouwfoto’s bewonderd, onder het genot van Marokkaanse thee uit kleine gekleurde glaasjes.

Verder had ik heel even iets met een Armeense jongen, wiens familie oorspronkelijk uit Irak komt, en ben ik bevriend geraakt met een Iraniër uit Teheran die in Leiden gepromoveerd is. Hij vertelt altijd heel interessante verhalen over Iran en leerde mij het Iraanse woord voor ‘vos’: ‘rubâh.’ En nog meer woorden, maar die ben ik helaas weer vergeten, omdat ik ze nergens mee kon associëren. Ik vind ‘rubâh’ een mooi woord, het rolt lekker over je tong.

Nu verplaatsen we ons weer terug naar Parijs. Naar boekhandel ‘Shakespeare & Company‘ om precies te zijn. Deze Engelse boekhandel, om de hoek bij de Notre-Dame, is echt een begrip. Ik was er al eens geweest en was toen behoorlijk onder de indruk.  Deze boekhandel werd in 1919 opgericht door Sylvia Beach en na de Tweede Wereldoorlog in 1951 opnieuw opgericht door George Whitman, op een andere locatie. In navolging van de zogeheten ‘Lost Generation’ (oa Joyce, Hemingway, Stein, Fitzgerald, Eliot, Pound) bleven Amerikaanse schrijvers ook na de Tweede Wereldoorlog naar Parijs trekken. Zo ook de Beats, die op een gegeven moment met z’n allen in het ‘Beat Hotel‘ zaten en vaak bij Shakespeare & Company over de vloer kwamen. De boekhandel verkoopt nog steeds ansichtkaarten van oude foto’s uit die tijd, bijvoorbeeld een van Whitman en Lawrence Ferlinghetti voor de winkel.

Het is dus niet zo gek dat deze boekhandel een zeer uitgebreide selectie Beat Literature heeft. Op een prominente plek, meteen bij binnenkomst links, is een hele boekenkast gereserveerd voor de Beats, van vloer tot plafond. Op ooghoogte vond ik daar, jawel, Paul Bowles. Had ik nog nooit van gehoord, ook al wordt zijn debuutroman ‘The Sheltering Sky‘ alom geprezen en was het boek volgens Time Magazine en de Modern Library een van de beste 100 romans van de twintigste eeuw. Tja, ik kan ook niet alles weten!

Toch koos ik in eerste instantie niet voor The Sheltering Sky, maar voor een bundel

13-Bowles-against-tapestry

Paul Bowles in Marokko

reisverhalen getiteld ‘Their Heads are Green and their Hands are Blue’, met als ondertitel ‘scenes from the non-Christian world.’ Aan een verbaasde Bowles-expert op de conferentie (waarom heb je niet voor Sheltering Sky gekozen?) vertelde ik dat ik op zoek was naar meer perspectief, een andere kijk op het Midden-Oosten en de Maghreb, positiviteit. Die heb ik gekregen. Hoewel ik Bowles soms toch te kort door de bocht vond (bijvoorbeeld in het verhaal ‘Mustapha and his Friends’, waarin hij blijft hangen in generalisaties over ‘Mustapha’, het prototype ongeletterde Marokkaan in de jaren ’50), gaven andere verhalen juist blijk van veel begrip en waardering voor de ‘niet-Westerse wereld.’ En dat is precies wat ik zocht.

Het boek ging overal mee naartoe en ik heb er ontzettend van genoten. Hoogtepunt was voor mij het verhaal ‘The Rif, to Music’, waarin Bowles heel Marokko doortrekt om in opdracht van The Library of Congress in Washington de Marokkaanse volksmuziek vast te leggen. Doordat, zo schrijft Bowles, het overgrote deel van de bevolking lange tijd analfabeet was (dit schrijft hij in de jaren ’50), werden muziek, dans en verhalen vertellen des te belangrijker.  De CD ‘Music of Morocco, Recorded by Paul Bowles, 1959’ is nog steeds beschikbaar, ook op Spotify, en geeft  een goed beeld van de volksmuziek waar Bowles naar op jacht was.

Een ander verhaal dat ik erg mooi vond was ‘Baptism of Solitude’ (“Doop in de eenzaamheid”). Daarin beschrijft Bowles het bijzondere effect dat de woestijn op mensen heeft. Als je die immense stilte onder die immense hemel eenmaal hebt gevoeld, schrijft hij, wil je altijd weer terug. Nu wil ik dus ook naar de woestijn!

En ik zou Paul Bowles best willen vertalen, dat ook. Dat zou niet alleen een waar genot zijn, maar ook een goed tegengif tegen intolerantie.

Je kunt het verhaal ‘Baptism of Solitude’ hier beluisteren: https://www.youtube.com/watch?v=MV8xQuJXnAQ&list=PL3WKjRqwI8MmOvN5jmvjA6JIyWRYDnnJw

Interview door het Loopbaancentrum Geesteswetenschappen

In de zomer werd ik gebeld door Loes Nordlohne van het Loopbaancentrum Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden. Ze vroeg of het Loopbaancentrum mij mocht interviewen over mijn werk als vertaler. Daar zei ik natuurlijk geen ‘nee’ op!

Een paar weken later werd ik telefonisch geïnterviewd en weer een paar weken later zette fotograaf Marc de Haan mij op de foto. In de openbare bibliotheek in Leiden, waar ik vaak zit te werken. Het is een erg mooi interview geworden, waar ik veel positieve reacties op heb gehad!

U kunt het hier lezen:

https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2017/09/verliefd-op-vertalen-alumna-anna-werd-literair-vertaler

Mijn eerste conferentie & Jan Kerouac

Vandaag over drie weken ga ik naar een conferentie. Aangezien ik niet promoveer of lesgeef aan de universiteit zal dat voor mij een compleet nieuwe ervaring zijn. Waar ik naartoe ga? Naar Parijs! Daar organiseert de European Beat Studies Network in samenwerking met de University of Chicago in Paris de conferentie ‘Paris Interzone: The Transcultural Beat Generation.’ Uit mijn vorige blog over Lawrence Ferlinghetti bleek misschien al mijn grote voorliefde voor de Beats, die alles te maken heeft met mijn interesse in de jaren ’50, ’60 en de vroege jaren ’70 en is ontstaan tijdens mijn studie.

Waarom houd ik toch zo van die Beats? Ze waren avontuurlijk, deden waar ze zin in hadden (veel seks en drugs ook) trokken zich weinig aan van sociale conventies en hebben een aantal bijzondere romans en gedichten geproduceerd. Zelf ben ik weliswaar vrij verstandig, maar ik ben wel avontuurlijk aangelegd en de boeken hebben ervoor gezorgd dat ik vooral dingen wil meemaken in mijn leven. ‘It’s all about experience’ zouden de Beats zelf zeggen – alleen bij mij wel in een wat minder extreme vorm.

Van het vooruitzicht om drie dagen lang tussen gelijkgestemden naar voordrachten te luisteren over mijn favoriete literatuurstroming word ik erg vrolijk, en het feit dat dit alles in Parijs gebeurt maakt het natuurlijk nog leuker. Tijdens de conferentie hoop ik vanzelfsprekend veel op te steken en veel interessante mensen te leren kennen.

Ik heb echter ook nog een bepaald doel voor ogen. In december had ik het boek ‘Women of the Beat Generation‘ geleend van de UB en kwam ik er tot mijn grote verbazing achter dat Jack Kerouac een dochter had en dat zij ook schreef. Jan Kerouac was minstens net zo knap en net zo avontuurlijk als haar vader en heeft drie boeken geschreven: Baby Driver (1981), Trainsong (1988) en Parrot Fever (nooit uitgegeven). Aan de uitgever voor wie ik ‘The Hustler‘ vertaalde schreef ik: deze boeken zijn een uitstekend tegengif tegen ‘smartphone-induced saaiheid’. Een ode aan experience dus.

Baby Driver en Trainsong zijn nieuw niet langer verkrijgbaar en het duurde ruim drie weken voordat ik mijn tweedehands exemplaren uit Amerika binnenkreeg, in enveloppen voorzien van allerlei Franse en Amerikaanse stempels. Ik ben erg enthousiast over deze twee boeken en zou heel graag willen dat een uitgeverij mij beide boeken zou laten vertalen.

Ik heb contact met Jans biograaf, Gerald Nicosia. Hij komt ook naar de conferentie en schreef bovendien een van de belangrijkste biografieën over Jack Kerouac: Memory Babe. Nicosia is al in de zeventig en heeft een groot deel van de Beats nog gewoon gekend! Hij heeft me geholpen bij het achterhalen van de rechthebbenden en heeft me bovendien een door hem samengesteld boek met memoires over Jan toegestuurd: Jan Kerouac – A Life in Memory. Dat had nog de nodige voeten in de aarde: ik heb geld naar hem over moeten maken via Western Union, in het Engels heet dat ‘to wire money’. Ik kende die uitdrukking uit allerlei boeken, dus ik vond het eigenlijk heel leuk om te doen. Uit Californië kreeg ik niet alleen een gesigneerd exemplaar toegestuurd, maar ook nog eens heel aardige handgeschreven brief, met een originele foto van Jan, die nu in mijn boekenkast staat.

Hopelijk brengt de conferentie mij in contact met de juiste mensen en kan ik Nederland ooit kennis laten maken met Jan Kerouac en haar avonturen!

 

 

 

The Beats: Lawrence Ferlinghetti

Als literair vertaler creëer je voor een deel je eigen werk, door verhalen of gedichten te vertalen die je mooi vindt en die bijvoorbeeld naar redacties van literaire tijdschriften te sturen. Soms loopt het op niets uit en krijg je een beleefde afwijzing, en soms vindt de redactie je werk mooi!

Maar wat moet je ze dan sturen? Hoe kun je die redacteuren gelukkig maken? Die vraag houdt mij natuurlijk bezig, want ik zie die tijdschriften als een soort springplank, een manier om naam te maken en dus uiteindelijk meer opdrachten te krijgen. Je kunt natuurlijk geen vertaling van een wereldberoemd verhaal opsturen. Hemingway of Fitzgerald, dat kent iedereen al en bovendien kan zoiets nogal kostbaar zijn vanwege de auteursrechten. Dus, wat doe je dan? Dan ga je graven, ga je op zoek naar nieuwe literatuur die niemand kent, of naar goede oude literatuur die iedereen alweer vergeten is. Dat speuren, in de collectie van de Leidse Universiteitsbibliotheek (UB), mijn eigen boekenkast en op websites als die van de Poetry Foundation, daar houd ik van – ik heb mezelf immers niet voor niets omgedoopt tot ‘literair avonturier.’

Vaak genoeg vraag ik iets op bij de UB en blijk ik er helemaal niets aan te vinden. Vooral met poëzie is dat geregeld het geval. Maar soms vind ik iets waar ik echt heel blij van word. Afgelopen december, toen Donald Trump net tot president van de V.S. verkozen was en iedereen zijn hart vasthield, besloot ik me eindelijk eens wat te verdiepen in het werk van Lawrence Ferlinghetti.

De naam van deze Amerikaanse dichter, schrijver, kunstenaar en activist kende ik uit boeken van en over de Beats, maar ik had nog niet echt iets van hem gelezen.  Voor de leken: de Beats ofwel de Beat Generation waren een groep Amerikaanse schrijvers die actief waren in de jaren ’50 en ’60. De bekendste schrijvers van deze literaire stroming waren Jack Kerouac (On the Road (1957)), William S. Burroughs (Junky, Queer, Naked Lunch) en Allen Ginsberg (het lange gedicht Howl). Ze gingen dwars tegen de sociale conventies van de enigszins truttige jaren ’50 in, waren openlijk homoseksueel terwijl dit op dat moment nog strafbaar was (vooral Ginsberg), experimenteerden naar hartenlust met allerlei drugs en verdiepten zich in zaken als boeddhisme en nieuwe literaire technieken. Kerouac wilde schrijven zoals jazzmusici improviseerden, spontaan en ritmisch, en Burroughs ontwikkelde zijn eigen ‘cut-up’ methode. Beat poëzie is veelal vrij van vorm, sterk ritmisch, associatief en spreektalig, waardoor het relatief toegankelijke poëzie is – zeker vergeleken met het werk van beroemde dichters van een generatie eerder, zoals bijvoorbeeld T.S. Eliot.

In 1953 opende Ferlinghetti in San Francisco een onafhankelijke boekhandel: de City Lights Bookstore. In 1955 begon Ferlinghetti ook met het uitgeven van boeken, namelijk de ‘Pocket Poet Series‘, kleine pockets met werk van Amerikaanse dichters. Deel 1 uit de reeks was ‘Pictures of the Gone World’ van Ferlinghetti zelf. Deel 4, ‘Howl and Other Poems’ van Allen Ginsberg, leverde hem een rechtszaak op, want het werk zou obsceen zijn. Hierdoor werden Ginsberg, Ferlinghetti en City Lights in één klap beroemd en werd de boekhandel een trefpunt voor alles wat links en anti-autoritair was.

Maar goed. Terug naar Trump. Bladerend door ‘These Are My Rivers – Collected Poems 1953-1999‘ kwam ik al snel tot de conclusie dat Ferlinghetti behoorlijk politiek geëngageerd moest zijn geweest. En toen ik erachter kwam dat de beste man nog steeds in leven is, vroeg ik me natuurlijk meteen af wat Ferlinghetti wel niet van Trump moest denken. Op de website van de Poetry Foundation was ik zijn gedicht ‘I am Waiting’ uit 1956 al op het spoor gekomen. Het is een lang gedicht met allerlei verwijzingen allerlei Amerikaanse dingen, met een duidelijk cadans en met veel herhaling, waaronder het steeds terugkerende ‘I am waiting’. De spreker van het gedicht wacht op allerlei onmogelijke dingen:

and I am waiting
for a way to be devised
to destroy all nationalisms
without killing anybody
[…]
and I am perpetually waiting
for the fleeing lovers on the Grecian Urn
to catch each other up at last

and embrace

en ik wacht
tot er een manier wordt bedacht
om al het nationalisme te bedwingen
zonder daarbij iemand te doden
[…]
en voor eeuwig wacht ik
tot de vluchtende geliefden op de Griekse urn
elkaar eindelijk zullen inhalen
en omarmen

Daar kun je natuurlijk lang op wachten! Ook wacht de spreker van het gedicht op de wedergeboorte van verwondering (“a rebirth of wonder”) in Amerika, die zich in zekere zin voordeed tijdens de roerige jaren ’60. Ik lees het gedicht als tegelijkertijd cynisch, hoopvol en humoristisch. Ik vond het mooi en interessant en dus heb ik het vertaald. Het is echter ook een erg lang gedicht. Daarom kwam dit gedicht misschien niet in Revisor te staan en besteed ik er hier wat aandacht aan.

Bladerend door ‘These are my Rivers’ ontdekte ik naast ‘I am Waiting’ nog meer prachtige gedichten. Uiteindelijk besloot ik ook ‘The Rebels’ en ‘Two Scavengers on a Truck, Two Beautiful People in a Mercedes’ te vertalen. In ‘The Rebels’ worden vallende en uitgedoofde sterren in de sterrenhemel vergeleken met rebellen en oude heersers en ontstaat een beeld van (politieke) onrust. Maar toch blijft alles in het gedicht, zowel op aarde als in de ruimte, bij elkaar, in evenwicht. In deze roerige tijden, waarin je bij ‘rebellen’ al snel aan IS denkt, vind ik dat een geruststellend idee.

Het andere gedicht beschrijft een moment waarop twee vuilnismannen op een vuilniswagen en een jong koppel in een open Mercedes allebei stilstaan voor een stoplicht. Zolang het stoplicht op rood staat zijn deze vier mensen voor heel even met elkaar verbonden en is er van de kloof die er normaliter bestaat tussen goed geklede, hoogopgeleide mensen met een mooie auto en vieze laagopgeleide vuilnismannen op een stinkende vuilniswagen even geen sprake. Ook dat vind ik een mooi idee, want die kloof, daar maak ik me wel eens zorgen om.

Mijn vertalingen van deze drie gedichten heb ik naar een paar redacties gestuurd. Een paar maanden later bleek de redactie van de Revisor enthousiast over mijn werk! Redacteur Bernke Klein-Zandvoort, zelf ook dichter, heeft erg goed meegekeken en me geholpen om de Nederlandse versies van de gedichten nòg mooier te maken. En nu kan iedereen deze nieuwe oude gedichten van Ferlinghetti dus in het Nederlands lezen en zal deze Revisor, nummer 16, uiteindelijk ook weer in de UB terechtkomen.

***
Ben je nieuwsgierig geworden naar mijn vertalingen van deze twee gedichten? Je vindt ze in de nieuwste Revisor, nummer 16 (met het lege legopaard op de voorkant). Het tijdschrift is verkrijgbaar bij de beter boekhandels en wellicht ook in te zien bij bibliotheken.

Mijn eerste roman: een moderne klassieker van Walter Tevis

Momenteel werk ik met heel veel plezier aan de vertaling van het boek ‘The Hustler’ van de Amerikaanse schrijver Walter Tevis (1928-1984). Het boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Brooklyn en zal dit najaar voor het eerst in het Nederlands verschijnen.

Van Walter Tevis vertaalde ik eerder al het korte verhaal ‘Huurplafond’, dat in september 2016 in Tirade stond en waarvan hier al eerder kort melding maakte. Later dit jaar zal het verhaal ‘Ver van Huis’ nog verschijnen in Tortuca, een prachtig tijdschrift dat na het komende nummer helaas zal ophouden te bestaan. Hier kunt u dat verhaal vast lezen.

Mijn vertaling in Tirade werd gelezen door een columnist, die erg enthousiast was, en mij koppelde aan Uitgeverij Brooklyn, een nieuwe uitgeverij die vooral (vergeten) Amerikaanse moderne klassiekers gaat uitgeven. En zo geschiedde het … en had ik als literair vertaler mijn eerste echte literaire roman te pakken. Een roman uit 1959 welteverstaan!

The Hustler is ook uitgegeven als Penguin Modern Classic, zo’n pocket met zo’n mooie zwart-witte kaft. Van alle typen Penguin pockets zijn de Modern Classic edities bij mij absoluut favoriet. Het is dan ook niet geheel toevallig dat ik vrij veel van die dingen in m’n kast heb staan: Jack Kerouac, Truman Capote, William Burroughs … en ook drie van Walter Tevis, waarvan er één dus al wekenlang binnen handbereik op mijn bureau ligt.

The Hustler gaat over Eddie Felson, een poolshark en een hustler, iemand die, soms op een oneerlijke manier, geld wint met poolen. Het is een roman over winnen en verliezen, over karakter en zelfs over liefde. Het is een vlot boek, dat is geschreven in een bondige, beeldige, Hemingwayachtige stijl en veel dialogen bevat. En natuurlijk is het boek ook een ode aan pool – een zeer interessante en complexe sport.

In 1961 werd The Hustler verfilmd door Robert Rossen, met Paul Newman in een gedenkwaardige hoofdrol. De film was een succes en werd genomineerd voor 9 Oscars en nog een rits andere awards. Hoewel de film nog steeds de moeite waard is, vooral vanwege Newman, is de de film voor moderne begrippen wel vrij traag en verbouwde Rossen het plot nogal.

Als de vertaler mag ik natuurlijk zeggen: het is boek is beter! Al was het alleen maar omdat de film van Sarah, met wie Eddie een verhouding krijgt, een dommige en volgzame vrouw maakt, en haar [SPOILER ALERT!] zelfmoord laat plegen, terwijl Walter Tevis, die zijn tijd wellicht ver vooruit was, haar omschrijft als iemand die een master economie doet aan de universiteit en haar scriptie schrijft over John Maynard Keynes.

Meer wil ik voorlopig niet verklappen over het boek. Wel ben ik van plan om de komende maanden nog minstens één blog te schrijven over het vertaalproces, dus over wat er komt kijken bij het vertalen van zo’n boek als The Hustler. Stay tuned!

The Hustler Penguin Modern Classics

Huurplafond in Tirade

Hoera! Mijn literaire vertaaldebuut is een feit: een paar weken geleden verscheen nummer 464 van Tirade, een literair tijdschrift dat al vanaf 1957 bestaat, wordt uitgegeven door Uitgeverij Van Oorschot en in zijn huidige vorm vijf keer per jaar verschijnt. In het tijdschrift staat het verhaal ‘Huurplafond,’ een vertaling van mijn hand van het verhaal ‘Rent Control’ van de Amerikaanse schrijver Walter Tevis, die in Nederland vrijwel onbekend is. Het verhaal komt uit de bundel Far From Home. Ik ben heel trots dat mijn vertaling in dit mooie blad staat! Het is een prachtig tijdschrift, met zowel vertaalde als originele verhalen en gedichten. En, traditiegetrouw een tirade ter afsluiting.

Zie hier een voorproefje van het bijzondere en bizarre verhaal van Tevis.

s-l225

Boerderij & Boeken

Bijna 4 maanden zitten er tussen het verschijnen van deze blog en mijn vorige blog. What happened? Ik had het druk! En er is veel gebeurd. Ik zal vertellen wat er de afgelopen tijd is voorgevallen en aan welke projecten ik onder andere gewerkt heb.

Roma, citta eterna & Fattoria ‘La Gioia’

De hele maand mei was ik op avontuur in Italië. Want het Engels is één van mijn liefdes, maar Italië is er nog een. Tijdens mijn laatste jaar op de universiteit heb ik wat bijvakken Italiaans gevolgd en sindsdien probeer ik het bij te houden. Ik heb eerst een paar dagen in mijn eentje in Rome vertoefd, in een gezellig hostel. Vervolgens heb ik drie weken doorgebracht op Fattoria La Goia ,een boerderij in de Abruzzen, de bergachtige provincie naast de provincie waar Rome in ligt (dat is Lazio). Ik heb er iedere dag meegeholpen in de stallen, gekookt, in de moestuin gewerkt, gezien hoe kaas gemaakt wordt en ervaren hoe het is als er een dier, in dit geval een geitje, wordt doodgemaakt om opgegeten te gaan worden. Het uitzicht was ontzettend mooi, ik genoot van alle dieren om mij heen (zie de header!) en ik kwam helemaal tot rust op de boerderij, ah was het als WWOOF-er wel flink aanpoten [wwoof staat voor Willing Workers on Organic Farms, vrijwilligerswerk op biologische boerderijen]. Tot slot heb ik een week lang in Rome verbleven en de stad verkend met twee goede vriendinnen. Bellissima!

Neus in de boter bij thuiskomst

Tijdens de laatste week in Rome kreeg ik al een SMS-je, dat er bij thuiskomst waarschijnlijk een boekopdracht op me lag te wachten. Het bleek te gaan om een vuistdik werk over 19de-eeuwse Europese geschiedenis, genaamd The Pursuit of Power. Daar heb ik de afgelopen twee maanden hard aan gewerkt. Niet het hele boek natuurlijk, maar een gedeelte. Ik houd erg van geschiedenis en zeker van 19de-eeuwse geschiedenis: toen ontstond (grotendeels) de wereld zoals we die nu kennen. Ik heb erg genoten van dit interessante boek, maar qua hoeveelheid was dit mijn grootste project tot nu toe, dus was het wel even wennen.

Feel the Bern

Voordat ik op vakantie ging, heb ik meegewerkt aan de vertaling van de politieke memoires van Bernie Sanders, tot voor kort een van de Democratische kandidaten voor het Amerikaanse presidentschap. Ik heb een master Amerikaanse geschiedenis gedaan en was direct ontzettend enthousiast over de opdracht. Voor de mensen die mij goed kennen is dit bericht dan ook geen nieuws; ik kon het onmogelijk voor me houden. De Engelse versie draagt de titel Outsider in the White House en de Nederlandse versie heeft ook een Engelse titel, namelijk Feel the Bern. Briljant, toch? Het boek is uitgegeven door uitgeverij Lebowski, is verkrijgbaar op BOL.com en ligt als het goed is al in alle boekhandels.

Oh, but my darling, what if you fly?

Per 1 juli ben ik helemaal zelfstandig ondernemer en heb ik geen bijbaan meer. Mijn tweede boekopdracht bleek namelijk zo groot, dat ik er onmogelijk ander werk naast kon doen en zodoende heb ik mijn parttime bij OctoPlus, nu Dr. Reddy’s, opgezegd. Natuurlijk heb ik een moment gedacht ‘Zal ik het wel redden?’ maar uiteindelijk heeft dat me er niet van weerhouden om het roer om te gooien en helemaal zelfstandig te worden. Nu hoef ik geen opdrachten meer te weigeren omdat ze te groot zijn! Ook ga ik me aansluiten bij een Broodfonds en houd ik nu hopelijk meer tijd over om ook de literaire kant van mijn loopbaan verder uit te bouwen. Daar hoop ik te zijner tijd meer over te kunnen schrijven.

En mocht ik toch niet zo goed kunnen vliegen als ik dacht, dan zoek ik gewoon weer een andere bijbaan. Ik heb al gewerkt in een kattenpensioen, een hondenpension, de keuken van een restaurantje, meerdere supermarkten, een kringloopwinkel, een instituut voor huiswerkbegeleiding, een koninklijk museum en een farmaceutisch bedrijf; deze bonte verzameling aan bijbanen kan altijd nog worden uitgebreid!