weer freelance & les aan de Schrijversvakschool

In mijn vorige blog (mei 2019) schreef ik dat ik een burn-out had en was ik nog een babyfeniks. Inmiddels zijn de scherpe kantjes eraf en ben ik weer lekker aan het freelancen. De burn-out is bijna weg, maar het blijft oppassen.

Na veel wikken en wegen heb ik mijn baan bij het technisch vertaalbureau in Hoofddorp opgezegd. Ik was er nog lang niet uitgeleerd en ik zat wel weer goed in mijn werk, maar in de zomer, toen ik moest waarnemen en mijn werkgevers op afstand werkten, werd me duidelijk dat de baan me te veel energie kostte. Na een burn-out is energie opeens iets kostbaars, iets waar je zuinig op moet zijn, niet iets wat er gewoon is. Dat besef gaf uiteindelijk de doorslag.

Ik heb goed nagedacht over welke dingen me energie en voldoening geven en ik ben al weer twee weken mijn eigen baas. Heerlijk om ’s ochtends geen wekker te hoeven zetten!

Een van die dingen is schrijven. Ik schrijf graag en dat is al heel lang zo. De website van de Schrijversvakschool had ik al een aantal keer bekeken en meerdere keren heb ik op het punt gestaan om me in te schrijven voor een cursus poëzie.

Eind juli deed ik dat weer en viel mijn oog op een bericht op de nieuwspagina, waarin stond dat er nog plekken vrij waren voor het basisjaar. Je kunt namelijk niet alleen losse cursussen doen, maar ook een schrijfopleiding van vier jaar. In een opwelling besloot ik om ervoor te gaan.

Ik werd niet zomaar toegelaten: ik moest mijn cv opsturen, een motivatiebrief en maximaal tien pagina’s eigen werk.

Inmiddels heb ik al twee zaterdagen les gehad en ik vind het hartstikke leuk. ’s Ochtends hebben we schrijftraining van Elke Geurts, bekend van haar column in Trouw en haar boek ‘Ik nog wel van jou’ en ’s middags poëzie van dichteres Gerry van der Linden, die al een heel aantal bundels op haar naam heeft. Ik zit in een leuke groep met veel mensen van mijn leeftijd.

Later dit jaar zullen we ook les krijgen in fictie, non-fictie, scenario en toneel. Van alles wat dus, en we moeten er goed genoeg in zijn om voor vijf van de zeven vakken een voldoende te halen en over te gaan naar het tweede jaar. Er zijn ook ‘Leeslabs’, waarin we les krijgen over literatuur. Ook dat is zeker aan mij besteed! Ik weet nog niet of ik ik de hele opleiding ga doen, maar voor nu lijkt het in ieder geval een goede keuze te zijn geweest.

De lessen zijn op zaterdag, van tien tot vijf, met een uur middagpauze. Dat is best een lange zit, maar, daar heb ik iets op gevonden. Hapje avondeten mee en meteen door naar de klimhal! Na een half uur pittige fysieke inspanning is mijn hoofd weer fris. Ik ben overgestapt van boulderen in Leiden naar klimmen aan een touw, bij Klimhal Amsterdam.

Vorige week heb ik mijn angsten overwonnen met heb gebruik van een automatisch zekerapparaat, de auto belay. Waarom is dat zo eng? Als je boven bent, moet je gewoon springen! En ook nog eens achteruit, zonder iets te kunnen zien.

Tijdens mijn tussenjaar in Australië en Nieuw-Zeeland was iedereen die ik tegenkwam wel ergens wezen bungeejumpen. Ik ben zelfs op de plek geweest waar de sport door A.J. Hackett is uitgevonden, een oude spoorbrug over een ravijn op het Zuidereiland. Maar ik dacht: nee, dat nooit. Ik ga mezelf toch niet naar beneden laten storten aan zo’n elastiek?

Het kan verkeren. Babyfeniks heeft de sprong gewaagd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s