Conferentie Parijs: sfeerimpressie & nog meer ontdekkingen

Eerder schreef ik al dat ik naar Parijs zou gaan voor een conferentie van de EBSN, oftewel de ‘European Beat Studies Network.’ Mijn doel was om meer te leren over de Beats en om met mensen in contact te komen die meer wisten over Jan Kerouac, auteur van Baby Driver en Trainsong en dochter van Jack Kerouac. Dat is gelukt: ik heb haar biograaf Gerald Nicosia ontmoet. Hij was goed bevriend met Jan Kerouac en werkt aan een biografie, The Last Days of Jan Kerouac. De biografie is nog niet af, maar een paar hoofdstukken zijn al uitgegeven in de vorm van een klein chapbook, dat ik op de conferentie gekocht heb.  Maar hoe is het mij verder vergaan?

Het was FAN-TAS-TISCH! Echt waar. Ik overdrijf niet als ik schrijf dat ik me in tijden niet zo gelukkig heb gevoeld. Ik heb drie dagen lang alleen maar lopen stralen en als een spons, de blijst mogelijke spons, enorme hoeveelheden kennis over ‘de Beats’ in me opgezogen. Nu heb ik een collegeblok vol aantekeningen (in hanenpoten … ) en een hele rits aan boeken, schrijvers en andere dingen waar ik meer over wil weten. En veel inspiratie om ook zelf te gaan schrijven. Een goede oogst dus.

Dat ik zo’n blij ei was daar in Parijs kwam niet alleen omdat ik de materie (waarover later meer) zo interessant vond, maar had ook alles te maken met de andere conferentiegangers. Die ‘beat scholars’, dat is best een bijzonder slag mensen. Geen nette ernstige academici in jasje-dasje [sorry voor dit stereotype]  maar wel intelligente, eigenzinnige en warme mensen. En soms ietwat tegendraads, maar dat is natuurlijk volstrekt begrijpelijk als het je werk is om The Beats te bestuderen.

De EBSN is nadrukkelijk een club die er niet alleen is voor academici, maar ook voor vertalers, critici, journalisten en dichters, schrijvers en andere kunstenaars. Er waren zelfs mensen op de conferentie die de Beats nog gekend hebben. Hierdoor ontstond een zeer gemêleerd gezelschap, waartussen ik me erg thuis voelde.

Tijdens het welkomstdiner aten we aan lange tafels een driegangendiner onder de luifel van een hip tentje aan de Seine , in de buurt tegenover Bercy, aan de linkeroever, la Rive Gauche. Ik zat tegenover een vertaler Duits en samen kwamen tot de conclusie dat The Beat Generation voor de mensen op deze conferentie veel meer was dan alleen een interessant studieonderwerp. Iedereen was zó gepassioneerd! Iedereen had wel iets bijzonders met de Beats, iets dat veel verder ging dan alleen intellectuele interesse.  Zo veel liefde voor een stel dode schrijvers …

Dan nu over tot mijn literaire ontdekkingen – ik ben tenslotte niet voor niets “literair avonturier.” Ik houd het bij een kort lijstje, want wellicht volgen er nog meer blogs. Op de conferentie heb ik ontdekt:

  • Paul Bowles, waar ik een paar dagen geleden al een blog over schreef. Geen echte Beat, maar wel iemand die The Beats geïnspireerd heeft.
  • Alfred Chester, een bijzondere verschijning die woonde en werkte in Parijs, Tangiers en uiteindelijk Jeruzalem, waar hij doordraaide, aan de drugs raakte en veel te jong overleed. Lees hier meer over deze unsung hero,  op de boekenpagina van The Guardian.
  • Haiku.  Yuku Otomo, een Japanse kunstenares en dichteres die in New York woont, hield een prachtig verhaal over haiku, en dan vooral over de esthetiek: wabi, sabi en karumi. Yuku was ook groot fan van Kerouacs haiku.
  • Door de conferentie is mijn liefde voor Kerouac weer aangewakkerd.  Bovenaan mijn lijstje staat het lange gedicht Mexico City Blues.
  • Ik wil meer weten over de vrouwelijke Beats: Carolyn Cassidy, Diane di Prima, Joanne Kyger, Jane Bowles, Ruth Weiss, Elise Cowen, en Joyce Johnson.
  • Candy . Deze beroemde erotische roman uit 1958 werd geschreven door “Maxwell Kenton” a.k.a. Terry Southern en Mason Hoffenberg en werd uitgegeven door de Franse dirty books uitgeverij Olympia Press (tevens uitgever van Burroughs) en later door Putnam Books in de VS, zonder toestemming nota bene, waarna het een behoorlijke bestseller werd en beide schrijvers ontzettend veel royalty’s misliepen. In 1968 verfilmd als “pornografisch satire” met Ewa Aulin in de hoofdrol en met oa Marlon Brandon, Richard Burton, Ringo Starr en Charles Aznavour. Ik ben nieuwsgierig.
  • William Burroughs (Dûh.) Als The Sheltering Sky uit is ga ik me maar eens aan zijn cut-up boeken wagen. Zes jaar geleden was Naked Lunch echt nog veel te raar voor me, maar de conferentie heeft me veel nieuwe inzichten gebracht, waardoor ik het nu wel weer aandurf. Ik ga beginnen met The Wild Boys: A Book of the Dead. De man achter de kassa in boekhandel Shakespeare & Company vroeg me nog: weet je dat wel zeker? Heb je al eerder Burroughs gelezen? Ik ben heel benieuwd of ik er doorheen kom. En anders ken ik nu genoeg Burroughs-experts (op de conferentie vaak te herkennen aan hun hoofddeksels) om vragen aan te stellen!

Advertenties

Parijs, mijn Marokkaanse buren, Paul Bowles en de woestijn

Tijdens mijn trip naar Parijs voor de conferentie van de ‘European Beat Studies Network’ (EBSN) heb ik een nieuwe ontdekking gedaan: de Amerikaanse  schrijver en componist Paul Bowles, die bijna veertig jaar van zijn leven doorbracht in de Marokkaanse stad Tangiers. Maar wat heeft Bowles te maken met mijn Marokaanse buren? Dat zal vanzelf duidelijk worden!

mechbalplaque2

Overal om mij heen zie ik dat onbegrip en wantrouwen jegens alles dat met de Islam, Noord-Afrika en het Midden-Oosten te maken heeft, groeit. De oorzaken daarvoor zijn denk ik 9/11, de oorlog in Syrië, alle aanslagen uit naam van IS en de resulterende vluchtelingstroom richting Europa, die door veel mensen natuurlijk als een bedreiging wordt gezien. Dat zorgt mijns inziens voor een vaak eenzijdige en negatieve beeldvorming over de islam en het Midden-Oosten in de westerse media, waar door bepaalde politieke partijen gretig gebruik van wordt gemaakt.

Bij mij heeft deze maatschappelijke beweging er juist voor gezorgd dat mijn interesse in Noord-Afrika en het Midden-Oosten gegroeid is. Waarom? Sympathie voor de underdog, dat sowieso. Racisme en discriminatie zijn, wat mij betreft, niets anders dan angst voor ‘De Ander’, angst voor wat men niet kent. Of men heeft een zondebok nodig, omdat dat dat nu eenmaal makkelijker is dan problemen zelf op te lossen.

Maar er is meer.  Het afgelopen jaar ben ik ook verhuisd, naar een portiekflat, sociale woningbouw in Leiden-Noord. Ik ben de enige in mijn portiek die geen migratieachtergrond heeft (de andere bewoners zijn Turks, Soedanees en Marokkaans)  en tussen onze flat en de moskee staat slechts één andere flat. Hoewel de Ramadan me van de zomer wakker heeft gehouden, was ik ook gefascineerd door de enorme sliert mensen in feestelijke kleding die ik ’s avonds laat vaak de Moskee zag uitkomen, en door de bijzondere muziek die ik soms hoorde. Ook het gebouw zelf vind ik erg mooi, vooral tegen zonsondergang, in warm licht.

Soms reageren mensen nogal negatief als ik vertel waar ik ben gaan wonen. Iemand zei bijvoorbeeld: ‘Oh, woon jij in dat integratie-project?’ Ik doe hard mijn best om dat soort reacties te ontkrachten, bijvoorbeeld door te vertellen hoe ontzettend aardig mijn Marokkaanse buren zijn. Ik kreeg meteen hun wifi-wachtwoord toen ik nog geen internet had en ze vragen altijd hoe het met me gaat. Laatst mocht ik blijven eten, tajine met kip en rijst, en na het eten heb ik hun sprookjesachtige trouwfoto’s bewonderd, onder het genot van Marokkaanse thee uit kleine gekleurde glaasjes.

Verder had ik heel even iets met een Armeense jongen, wiens familie oorspronkelijk uit Irak komt, en ben ik bevriend geraakt met een Iraniër uit Teheran die in Leiden gepromoveerd is. Hij vertelt altijd heel interessante verhalen over Iran en leerde mij het Iraanse woord voor ‘vos’: ‘rubâh.’ En nog meer woorden, maar die ben ik helaas weer vergeten, omdat ik ze nergens mee kon associëren. Ik vind ‘rubâh’ een mooi woord, het rolt lekker over je tong.

Nu verplaatsen we ons weer terug naar Parijs. Naar boekhandel ‘Shakespeare & Company‘ om precies te zijn. Deze Engelse boekhandel, om de hoek bij de Notre-Dame, is echt een begrip. Ik was er al eens geweest en was toen behoorlijk onder de indruk.  Deze boekhandel werd in 1919 opgericht door Sylvia Beach en na de Tweede Wereldoorlog in 1951 opnieuw opgericht door George Whitman, op een andere locatie. In navolging van de zogeheten ‘Lost Generation’ (oa Joyce, Hemingway, Stein, Fitzgerald, Eliot, Pound) bleven Amerikaanse schrijvers ook na de Tweede Wereldoorlog naar Parijs trekken. Zo ook de Beats, die op een gegeven moment met z’n allen in het ‘Beat Hotel‘ zaten en vaak bij Shakespeare & Company over de vloer kwamen. De boekhandel verkoopt nog steeds ansichtkaarten van oude foto’s uit die tijd, bijvoorbeeld een van Whitman en Lawrence Ferlinghetti voor de winkel.

Het is dus niet zo gek dat deze boekhandel een zeer uitgebreide selectie Beat Literature heeft. Op een prominente plek, meteen bij binnenkomst links, is een hele boekenkast gereserveerd voor de Beats, van vloer tot plafond. Op ooghoogte vond ik daar, jawel, Paul Bowles. Had ik nog nooit van gehoord, ook al wordt zijn debuutroman ‘The Sheltering Sky‘ alom geprezen en was het boek volgens Time Magazine en de Modern Library een van de beste 100 romans van de twintigste eeuw. Tja, ik kan ook niet alles weten!

Toch koos ik in eerste instantie niet voor The Sheltering Sky, maar voor een bundel

13-Bowles-against-tapestry

Paul Bowles in Marokko

reisverhalen getiteld ‘Their Heads are Green and their Hands are Blue’, met als ondertitel ‘scenes from the non-Christian world.’ Aan een verbaasde Bowles-expert op de conferentie (waarom heb je niet voor Sheltering Sky gekozen?) vertelde ik dat ik op zoek was naar meer perspectief, een andere kijk op het Midden-Oosten en de Maghreb, positiviteit. Die heb ik gekregen. Hoewel ik Bowles soms toch te kort door de bocht vond (bijvoorbeeld in het verhaal ‘Mustapha and his Friends’, waarin hij blijft hangen in generalisaties over ‘Mustapha’, het prototype ongeletterde Marokkaan in de jaren ’50), gaven andere verhalen juist blijk van veel begrip en waardering voor de ‘niet-Westerse wereld.’ En dat is precies wat ik zocht.

Het boek ging overal mee naartoe en ik heb er ontzettend van genoten. Hoogtepunt was voor mij het verhaal ‘The Rif, to Music’, waarin Bowles heel Marokko doortrekt om in opdracht van The Library of Congress in Washington de Marokkaanse volksmuziek vast te leggen. Doordat, zo schrijft Bowles, het overgrote deel van de bevolking lange tijd analfabeet was (dit schrijft hij in de jaren ’50), werden muziek, dans en verhalen vertellen des te belangrijker.  De CD ‘Music of Morocco, Recorded by Paul Bowles, 1959’ is nog steeds beschikbaar, ook op Spotify, en geeft  een goed beeld van de volksmuziek waar Bowles naar op jacht was.

Een ander verhaal dat ik erg mooi vond was ‘Baptism of Solitude’ (“Doop in de eenzaamheid”). Daarin beschrijft Bowles het bijzondere effect dat de woestijn op mensen heeft. Als je die immense stilte onder die immense hemel eenmaal hebt gevoeld, schrijft hij, wil je altijd weer terug. Nu wil ik dus ook naar de woestijn!

En ik zou Paul Bowles best willen vertalen, dat ook. Dat zou niet alleen een waar genot zijn, maar ook een goed tegengif tegen intolerantie.

Je kunt het verhaal ‘Baptism of Solitude’ hier beluisteren: https://www.youtube.com/watch?v=MV8xQuJXnAQ&list=PL3WKjRqwI8MmOvN5jmvjA6JIyWRYDnnJw

The Beats: Lawrence Ferlinghetti

Als literair vertaler creëer je voor een deel je eigen werk, door verhalen of gedichten te vertalen die je mooi vindt en die bijvoorbeeld naar redacties van literaire tijdschriften te sturen. Soms loopt het op niets uit en krijg je een beleefde afwijzing, en soms vindt de redactie je werk mooi!

Maar wat moet je ze dan sturen? Hoe kun je die redacteuren gelukkig maken? Die vraag houdt mij natuurlijk bezig, want ik zie die tijdschriften als een soort springplank, een manier om naam te maken en dus uiteindelijk meer opdrachten te krijgen. Je kunt natuurlijk geen vertaling van een wereldberoemd verhaal opsturen. Hemingway of Fitzgerald, dat kent iedereen al en bovendien kan zoiets nogal kostbaar zijn vanwege de auteursrechten. Dus, wat doe je dan? Dan ga je graven, ga je op zoek naar nieuwe literatuur die niemand kent, of naar goede oude literatuur die iedereen alweer vergeten is. Dat speuren, in de collectie van de Leidse Universiteitsbibliotheek (UB), mijn eigen boekenkast en op websites als die van de Poetry Foundation, daar houd ik van – ik heb mezelf immers niet voor niets omgedoopt tot ‘literair avonturier.’

Vaak genoeg vraag ik iets op bij de UB en blijk ik er helemaal niets aan te vinden. Vooral met poëzie is dat geregeld het geval. Maar soms vind ik iets waar ik echt heel blij van word. Afgelopen december, toen Donald Trump net tot president van de V.S. verkozen was en iedereen zijn hart vasthield, besloot ik me eindelijk eens wat te verdiepen in het werk van Lawrence Ferlinghetti.

De naam van deze Amerikaanse dichter, schrijver, kunstenaar en activist kende ik uit boeken van en over de Beats, maar ik had nog niet echt iets van hem gelezen.  Voor de leken: de Beats ofwel de Beat Generation waren een groep Amerikaanse schrijvers die actief waren in de jaren ’50 en ’60. De bekendste schrijvers van deze literaire stroming waren Jack Kerouac (On the Road (1957)), William S. Burroughs (Junky, Queer, Naked Lunch) en Allen Ginsberg (het lange gedicht Howl). Ze gingen dwars tegen de sociale conventies van de enigszins truttige jaren ’50 in, waren openlijk homoseksueel terwijl dit op dat moment nog strafbaar was (vooral Ginsberg), experimenteerden naar hartenlust met allerlei drugs en verdiepten zich in zaken als boeddhisme en nieuwe literaire technieken. Kerouac wilde schrijven zoals jazzmusici improviseerden, spontaan en ritmisch, en Burroughs ontwikkelde zijn eigen ‘cut-up’ methode. Beat poëzie is veelal vrij van vorm, sterk ritmisch, associatief en spreektalig, waardoor het relatief toegankelijke poëzie is – zeker vergeleken met het werk van beroemde dichters van een generatie eerder, zoals bijvoorbeeld T.S. Eliot.

In 1953 opende Ferlinghetti in San Francisco een onafhankelijke boekhandel: de City Lights Bookstore. In 1955 begon Ferlinghetti ook met het uitgeven van boeken, namelijk de ‘Pocket Poet Series‘, kleine pockets met werk van Amerikaanse dichters. Deel 1 uit de reeks was ‘Pictures of the Gone World’ van Ferlinghetti zelf. Deel 4, ‘Howl and Other Poems’ van Allen Ginsberg, leverde hem een rechtszaak op, want het werk zou obsceen zijn. Hierdoor werden Ginsberg, Ferlinghetti en City Lights in één klap beroemd en werd de boekhandel een trefpunt voor alles wat links en anti-autoritair was.

Maar goed. Terug naar Trump. Bladerend door ‘These Are My Rivers – Collected Poems 1953-1999‘ kwam ik al snel tot de conclusie dat Ferlinghetti behoorlijk politiek geëngageerd moest zijn geweest. En toen ik erachter kwam dat de beste man nog steeds in leven is, vroeg ik me natuurlijk meteen af wat Ferlinghetti wel niet van Trump moest denken. Op de website van de Poetry Foundation was ik zijn gedicht ‘I am Waiting’ uit 1956 al op het spoor gekomen. Het is een lang gedicht met allerlei verwijzingen allerlei Amerikaanse dingen, met een duidelijk cadans en met veel herhaling, waaronder het steeds terugkerende ‘I am waiting’. De spreker van het gedicht wacht op allerlei onmogelijke dingen:

and I am waiting
for a way to be devised
to destroy all nationalisms
without killing anybody
[…]
and I am perpetually waiting
for the fleeing lovers on the Grecian Urn
to catch each other up at last

and embrace

en ik wacht
tot er een manier wordt bedacht
om al het nationalisme te bedwingen
zonder daarbij iemand te doden
[…]
en voor eeuwig wacht ik
tot de vluchtende geliefden op de Griekse urn
elkaar eindelijk zullen inhalen
en omarmen

Daar kun je natuurlijk lang op wachten! Ook wacht de spreker van het gedicht op de wedergeboorte van verwondering (“a rebirth of wonder”) in Amerika, die zich in zekere zin voordeed tijdens de roerige jaren ’60. Ik lees het gedicht als tegelijkertijd cynisch, hoopvol en humoristisch. Ik vond het mooi en interessant en dus heb ik het vertaald. Het is echter ook een erg lang gedicht. Daarom kwam dit gedicht misschien niet in Revisor te staan en besteed ik er hier wat aandacht aan.

Bladerend door ‘These are my Rivers’ ontdekte ik naast ‘I am Waiting’ nog meer prachtige gedichten. Uiteindelijk besloot ik ook ‘The Rebels’ en ‘Two Scavengers on a Truck, Two Beautiful People in a Mercedes’ te vertalen. In ‘The Rebels’ worden vallende en uitgedoofde sterren in de sterrenhemel vergeleken met rebellen en oude heersers en ontstaat een beeld van (politieke) onrust. Maar toch blijft alles in het gedicht, zowel op aarde als in de ruimte, bij elkaar, in evenwicht. In deze roerige tijden, waarin je bij ‘rebellen’ al snel aan IS denkt, vind ik dat een geruststellend idee.

Het andere gedicht beschrijft een moment waarop twee vuilnismannen op een vuilniswagen en een jong koppel in een open Mercedes allebei stilstaan voor een stoplicht. Zolang het stoplicht op rood staat zijn deze vier mensen voor heel even met elkaar verbonden en is er van de kloof die er normaliter bestaat tussen goed geklede, hoogopgeleide mensen met een mooie auto en vieze laagopgeleide vuilnismannen op een stinkende vuilniswagen even geen sprake. Ook dat vind ik een mooi idee, want die kloof, daar maak ik me wel eens zorgen om.

Mijn vertalingen van deze drie gedichten heb ik naar een paar redacties gestuurd. Een paar maanden later bleek de redactie van de Revisor enthousiast over mijn werk! Redacteur Bernke Klein-Zandvoort, zelf ook dichter, heeft erg goed meegekeken en me geholpen om de Nederlandse versies van de gedichten nòg mooier te maken. En nu kan iedereen deze nieuwe oude gedichten van Ferlinghetti dus in het Nederlands lezen en zal deze Revisor, nummer 16, uiteindelijk ook weer in de UB terechtkomen.

***
Ben je nieuwsgierig geworden naar mijn vertalingen van deze twee gedichten? Je vindt ze in de nieuwste Revisor, nummer 16 (met het lege legopaard op de voorkant). Het tijdschrift is verkrijgbaar bij de beter boekhandels en wellicht ook in te zien bij bibliotheken.

Mijn eerste roman: een moderne klassieker van Walter Tevis

Momenteel werk ik met heel veel plezier aan de vertaling van het boek ‘The Hustler’ van de Amerikaanse schrijver Walter Tevis (1928-1984). Het boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Brooklyn en zal dit najaar voor het eerst in het Nederlands verschijnen.

Van Walter Tevis vertaalde ik eerder al het korte verhaal ‘Huurplafond’, dat in september 2016 in Tirade stond en waarvan hier al eerder kort melding maakte. Later dit jaar zal het verhaal ‘Ver van Huis’ nog verschijnen in Tortuca, een prachtig tijdschrift dat na het komende nummer helaas zal ophouden te bestaan. Hier kunt u dat verhaal vast lezen.

Mijn vertaling in Tirade werd gelezen door een columnist, die erg enthousiast was, en mij koppelde aan Uitgeverij Brooklyn, een nieuwe uitgeverij die vooral (vergeten) Amerikaanse moderne klassiekers gaat uitgeven. En zo geschiedde het … en had ik als literair vertaler mijn eerste echte literaire roman te pakken. Een roman uit 1959 welteverstaan!

The Hustler is ook uitgegeven als Penguin Modern Classic, zo’n pocket met zo’n mooie zwart-witte kaft. Van alle typen Penguin pockets zijn de Modern Classic edities bij mij absoluut favoriet. Het is dan ook niet geheel toevallig dat ik vrij veel van die dingen in m’n kast heb staan: Jack Kerouac, Truman Capote, William Burroughs … en ook drie van Walter Tevis, waarvan er één dus al wekenlang binnen handbereik op mijn bureau ligt.

The Hustler gaat over Eddie Felson, een poolshark en een hustler, iemand die, soms op een oneerlijke manier, geld wint met poolen. Het is een roman over winnen en verliezen, over karakter en zelfs over liefde. Het is een vlot boek, dat is geschreven in een bondige, beeldige, Hemingwayachtige stijl en veel dialogen bevat. En natuurlijk is het boek ook een ode aan pool – een zeer interessante en complexe sport.

In 1961 werd The Hustler verfilmd door Robert Rossen, met Paul Newman in een gedenkwaardige hoofdrol. De film was een succes en werd genomineerd voor 9 Oscars en nog een rits andere awards. Hoewel de film nog steeds de moeite waard is, vooral vanwege Newman, is de de film voor moderne begrippen wel vrij traag en verbouwde Rossen het plot nogal.

Als de vertaler mag ik natuurlijk zeggen: het is boek is beter! Al was het alleen maar omdat de film van Sarah, met wie Eddie een verhouding krijgt, een dommige en volgzame vrouw maakt, en haar [SPOILER ALERT!] zelfmoord laat plegen, terwijl Walter Tevis, die zijn tijd wellicht ver vooruit was, haar omschrijft als iemand die een master economie doet aan de universiteit en haar scriptie schrijft over John Maynard Keynes.

Meer wil ik voorlopig niet verklappen over het boek. Wel ben ik van plan om de komende maanden nog minstens één blog te schrijven over het vertaalproces, dus over wat er komt kijken bij het vertalen van zo’n boek als The Hustler. Stay tuned!

The Hustler Penguin Modern Classics

Huurplafond in Tirade

Hoera! Mijn literaire vertaaldebuut is een feit: een paar weken geleden verscheen nummer 464 van Tirade, een literair tijdschrift dat al vanaf 1957 bestaat, wordt uitgegeven door Uitgeverij Van Oorschot en in zijn huidige vorm vijf keer per jaar verschijnt. In het tijdschrift staat het verhaal ‘Huurplafond,’ een vertaling van mijn hand van het verhaal ‘Rent Control’ van de Amerikaanse schrijver Walter Tevis, die in Nederland vrijwel onbekend is. Het verhaal komt uit de bundel Far From Home. Ik ben heel trots dat mijn vertaling in dit mooie blad staat! Het is een prachtig tijdschrift, met zowel vertaalde als originele verhalen en gedichten. En, traditiegetrouw een tirade ter afsluiting.

Zie hier een voorproefje van het bijzondere en bizarre verhaal van Tevis.

s-l225

misschien wel mijn leukste opdracht tot nu toe – N-E vertaling van een gedicht

Een paar weken terug gebeurde er iets heel leuks: een meneer sprak mijn voicemail in, met de vraag of ik zijn gedicht wilde vertalen. Hij had me gevonden op internet (yes!) en was op zoek naar een vertaler met gevoel voor poëzie. Regelmatig stuurt hij zijn vrienden en kennissen voor Kerstmis een kaart met daarop iets dat hij gemaakt heeft. En als dat een gedicht is, laat hij dat voor zijn buitenlandse vrienden vertalen. Andere jaren liet hij dat doen door vertalers die eigenlijk niet gericht waren op het vertalen van poëzie. Dit jaar heeft hij het anders aangepakt en is hij op zoek gegaan naar iemand met affiniteit met poëzie – en kwam toen bij mij uit!

De auteur van het gedicht is Ignace Schretlen,  schrijver en beeldend kunstenaar en vroeger huisarts van beroep. Toen ik de opdracht al geaccepteerd had en voor de zekerheid even zijn naam intikte in Google, kwam ik er pas achter dat hij al enkele dichtbundels, publicaties en tentoonstellingen op zijn naam heeft staan en dat hij het over het geheel gesproken een interessante en getalenteerde man moest zijn. Dit was dus niet zomaar een grappig rijmpje!

Het gedicht dat ik voor meneer Schretlen vertaald heb is geschreven voor zijn dochter, die nu al een tijd elders woont en studeert, maar wier geboorte lang op zich liet wachten. Het gedicht gaat over geboorte, taal, liefde, ouder worden en de dood. Meer wil ik eigenlijk niet verklappen.

Mijn vertaling:

I taught you to speak in cradle and crib

but your name itself was my prettiest gift

 

no empty room was better taken care of

its rusty spots cleansed again and again

 

entering so gently, whispering as once

ever the same name, but never repeated

 

as if born from the rustle of leaves on a tree

its sense obscure but its tone understood

 

and now my language is a mere foreword

to all I would say – but do listen to its richness

 

I’ve never left you untended, but my stone-old

skin is crumbling down and far away you glow

 

as I taught you, while my sun slowly sets;

close but the shutters once I have faded.

Het was tegelijkertijd een ontzettend fijne uitdaging en een hele worsteling om dit prachtige gedicht te  vertalen. Toen ik ermee bezig was, kon het me absoluut niet schelen hoe lang ik erover deed, ik ging er helemaal in op. Wellicht een teken dat ik dit soort opdrachten vaker moet doen.

De vertaling hierboven is de tweede versie. In  de eerste versie had ik me te veel op de vorm van het gedicht gericht, waardoor er delen van de boodschap verloren waren gegaan – de aloude strijd tussen vorm en functie. Ook was mijn eerste versie in het Engels een stuk compacter dan het origineel. Mijn eigen gedichten (die ik vrijwel nooit deel, met uitzondering van ‘England‘) zijn ook altijd vrij compact en waarschijnlijk wilde ik van de vertaling dus te veel mijn eigen gedicht maken.

Met behulp van het commentaar van meneer Schretlen ben ik het gedicht toen opnieuw te lijf gegaan, met als resultaat een vertaling waar we allebei tevreden mee zijn. Het vertalen van een gedicht is niet eenvoudig en er zal altijd wat van het origineel verloren gaan, daar valt bijna niet aan te ontkomen.  Maar ik geloof dat ik de beelden en de boodschap van het origineel in ieder geval recht heb gedaan.

Hieronder het oorspronkelijke gedicht, in het Nederlands:

Van wiegelied tot buggytaal leerde ik je spreken maar

’t mooiste woord wat ik je gaf is wel jouw naam geweest

 

geen lege kamer werd zo met zorg omringd en onderhouden

keer op keer van roestplekken ontdaan en telkens weer

 

zo behoedzaam betreden als ooit fluisterend de eerste maal

geen woord sprak ik zo vaak uit zonder te herhalen

 

taal reikt niet verder dan het voorwoord van hetgeen ik je

te zeggen heb maar luister naar de rijkdom van haar klanken

 

zo moet ook ooit jouw naam geboren zijn, als geritsel

in een boom dat niet verstaan maar wel begrepen wordt

 

nooit liet ik je onbeheerd maar nu de avond valt

lost mijn verweerde huid van steen zich langzaam op

 

kijk vanuit de verte hoe ik jou stralen laat, sluit niet

eerder de luiken dan eer ’t licht helemaal is gedoofd.

Alle rechten van dit gedicht zijn voorbehouden aan Ignace Schretlen. Illustratie in header: ‘Rode Boom’ (1908) van Piet Mondriaan.

Townes Van Zandt – Een introductie

Townes Van Zandt was een Amerikaanse singer-songwriter uit Texas. Zijn beste jaren waren 1968-1973, waarin hij talloze liedjes schreef en vele platen uitbracht. Dat andere figuren uit die tijd als Jim Morrison en Janis Joplin ons nog heel helder voor de geest staan en, ook al zijn ze er niet meer, over de hele wereld nog steeds veel fans hebben, en dat dit bij Townes niet het geval is, valt best te begrijpen. Een echte doorbraak heeft hij namelijk nooit gehad; de cover die Willie Nelson en Merle Haggard van zijn liedje ‘Pancho & Lefty maakten’, en die op nummer 1 van de Billboard Country Top 100 stond, komt er misschien nog het dichts bij in de buurt. Gelukkig maakte dit Townes zelf niet zo veel hij uit. Townes bleef gewoon Townes, rondzwervend met in één hand zijn gitaarkoffer en in de andere een kleine koffer, en optredend in ‘dive bars’, donkere kroegen met een publiek dat vaak niet groter was dan 50 man.
Dat bijna niemand Townes in Nederland kent is dan ook niet verwonderlijk. De schrijver F.P. Thomése schreef het korte verhaal ‘Eerder thuis dan Townes’ en muziekjournalist Leo Blokhuis nam het liedje ‘No Place To Fall’ op in één van zijn verzamel-cd’s. Maar daar houdt het wel zo’n beetje op.

In de Verenigde Staten is Townes Van Zandt vooral bekend bij andere singer-songerwriters. Hij is, zoals dat zo mooi wordt genoemd, ‘een singer-songwriter’s singer-songwriter.’ Iemand als Bob Dylan was in de tijd een groot fan van Townes en coverde net als Willie Nelson en Merle Haggard ‘Pancho & Lefty’ en ook Lucinda Williams en Norah Jones coverden zijn muziek. Steve Earle, die hem persoonlijk kende, zag hem als zijn grote mentor en maakte zelfs een hele CD met Townes covers.

Wie goed luistert naar de liedjes van Townes Van Zandt zal al snel doorhebben dat veel teksten op zijn zachtst gezegd niet al te vrolijk zijn. In ‘Nothing’ zingt Townes: ‘Sorrow and solitude / These are precious things / And the only words / That are worth remembering.’ Ook een liedje als ‘Waiting around to die’ blinkt nou niet uit in levensvreugde. Dat is enigszins logisch, als je bedenkt dat Townes zijn hele leven kampte met depressies en met een alcoholverslaving en dat hij zelden lang achter elkaar op dezelfde plek verbleef. Ook trouwde hij maar liefst drie keer. Zijn getroebleerde levensstijl leverde hem in eigen land een cultstatus op en plaatst hem in een traditie van andere Amerikaanse outlaw culthelden. Denk bijvoorbeeld aan Sal en Dean uit Jack Kerouac’s On the Road en films als Easy Rider, Bonnie and Clyde en Thelma & Louise, maar ook aan iemand als Johnny Cash.

De documentaire Be Here to Love Me uit 2004 geeft een mooi beeld van het tragische leven dat Van Zandt geleid heeft. Dat de elektroshock behandeling niet alleen iets is uit One Flew Over the Cuckoo’s Nest is wordt helaas pijnlijk duidelijk: Ook Van Zandt onderging een dergelijke behandeling en raakte daardoor praktisch al zijn jeugdherinneringen kwijt. Toch is niet alles kommer en kwel bij Van Zandt. Hij had een wonderlijk gevoel voor humor, maakte grapjes op het podium en schreef gekke liedjes als ‘Fraternity Blues,’ over zijn studententijd, en ‘Talkin Karate Blues’.

Wat maakt de muziek van Van Zandt nou zo mooi? Als je er voor het eerst naar luistert valt vooral de eenvoud op, alsmede de mooie, heldere (en later, doorleefde) zang. Sommige liedjes klinken als spannende verhalen uit het Wilde Westen van weleer, en gaan over outlaws en poker. Andere liedjes zijn in en in droef, en weer anderen zijn gewoon lief of grappig. Helaas zijn de arrangementen soms minder mooi, en vooral te overvloedig. De live-cd ‘Live at the Old Quarter’ is vanwege het ontbreken van arrangementen daarom een aanrader. Het is Van Zandt zoals hij zelf het liefst speelde: A man and his guitar.

Hoe vaker je de muziek van Townes Van Zandt beluistert, hoe meer je hoort. Sommige liedjes hebben helemaal geen bridge of refrein, het zijn simpelweg gedichten, in perfect metrum en met prachtige beelden, die gezongen worden alsof het heel eenvoudige liedjes zijn. Het liedje ‘Rake’ is daar een heel mooi voorbeeld van. Het liedje gaat over een ‘rake,’ een roekeloze en zedeloze jongeman. Deze man gaat zo op in zijn zedeloosheid dat hij niet eens doorheeft of het nu dag of nacht is. Later, als hij oud en kreupel is geworden en hij nog maar een schaduw van zichzelf is, lachen de vrouwen hem uit. De ‘rake’ denkt dat hij vergeven zal worden voor zijn zonden, maar komt – zoals blijkt uit een fantastische twist in de laatste zes regels – bedrogen uit.

‘Rake’ is slechts één voorbeeld uit een veelvoud aan prachtige liedjes, die tot op heden nauwelijks bekend zijn in Nederland. Voor iedereen die nieuwsgierig is geworden naar deze zingende, dichtende en zwervende Texaan is de al genoemde documentaire Be Here to Love Me een mooie manier om hem te leren kennen. Datzelfde geldt voor live-album ‘Live at the Old Quarter’ (1977), waarop Townes op zijn puurst te horen is, inclusief grapjes en gekkigheden en nummers als ‘Pancho & Lefty’, ‘Mr. Mudd & Mr. Gold’, ‘Tecumseh Valley’, ‘Waiting ‘round to die’, ‘To Live’s to Fly’ en ‘White Freightliner Blues’. Voor de echte fans is er het boek ‘A Deeper Blue: The Life and Music of Townes Van Zandt, een serieuze biografie uitgebracht door de North Texas University Press.

Townes Van Zandt

Townes Van Zandt

De proloog van Shakepeare’s ‘Henry V’ – met swag.

In maart, een tijdje geleden al weer, moest ik voor een workshop toneelvertalen The First Foliovan de VertalersVakschool een gedeelte van een toneelstuk vertalen. En dat was niet zomaar een toneelstuk, nee, het was meteen iets van Shakespeare! De proloog van Henry V om precies te zijn. We moesten twee versies maken: één klassieke versie waarbij we zo dicht mogelijk bij het origineel bleven en één moderne versie, al dan niet geïnspireerd door Tom Lanoye’s moderne vertaling van Hamlet, Hamlet versus Hamlet. Een link met extra informatie en onder andere Lanoye’s vertaling van ‘To be or not to be […]’ vindt je hier. 

De klassieke versie was een hels karwei. Allereerst valt het natuurlijk niet mee om exact te begrijpen wat er nu precies staat. De tekst van de proloog werd ruim vier eeuwen geleden door William Shakespeare geschreven. Het is een kunststuk. En zo’n prachtig stukje tekst wil je als vertaler natuurlijk graag eer aan doen. Maar dat valt niet mee. Je moet dan namelijk in het Nederlands iets schrijven wat qua niveau vergelijkbaar is met Shakespeare’s tekst – tenzij je net zo’n taalkunstenaar als Shakespeare bent is dat bijna onmogelijk. Bovendien is het geen dialoog maar een plechtige monoloog, de inleiding van het stuk. Toneelteksten moeten er in één keer staan – iets nog een keer teruglezen is er niet bij. Tot slot moet je, als je het helemaal goed wilt doen, de hele proloog in jambische pentameters vertalen (per regel 5 keer ‘paDAM’). Dat is nogal lastig, omdat dit metrum best goed bij de Engelse taal past, maar minder goed bij het Nederlands. Over mijn uiteindelijke klassieke versie ben ik niet erg tevreden, dus ik zal de lezer dat gedrocht maar besparen.

Met de moderne versie, echter, was ik wel tevreden. Ik heb, zoals waarschijnlijk wel uit zal vertaling blijken, veel plezier beleefd aan het maken van deze versie. Het belangrijkst was voor mij dat de vertaling goed moest lopen, lekker moest bekken. Voor deze moderne versie heb ik me laten inspireren door rap en straat- en jongerentaal. Tijdens de workshop moest een andere cursiste mijn tekst voordragen, voor een klas vol toekomstig literair vertalers (niet het makkelijkste publiek). Van tevoren heb ik haar instructies gegeven, zodat mijn straatschoffie versie van de proloog goed uit de verf zou komen en vol overtuiging voorgedragen zou worden. En dat lukte!

Moderne versie proloog Henry V

  1. Yo! geef me goddelijk vuur
  2. geef me inspiratie zo hemels,
  3. een koninklijke podium, acterende prinsen,
  4. en Wim en Maxi, om te komen watchen.
  5. Dan komt m’n boy Harry doen alsof
  6. ‘ie Mars is; komen rampen bij bij ‘m grommen,
  7. als moeilijk boze honden. Sorry mensen,
  8. voor dit stelletje malloten, die hier
  9. op deze stage zo’n groots verhaal
  10. komen verkloten: passen die Franse vlaktes
  11. ever in deze aktes? Of moeten we soms
  12. die enge Agincourtse helmenkoppen
  13. ook in deze houten keet gaan proppen?
  14. Maar je weet toch, zelfs een zwakke stakker
  15. Kan op toneel toch fucking alles!
  16. Laat daarom ons, rappers van de grote King,
  17. op de kracht van jouw fantasie vertrouwen.
  18. Stel je voor swa, tussen deze muren
  19.  zo high en naast elkaar,
  20. twee machtige monarchieën
  21.  maar met een freaky zee ertussen.
  22. Dus neger die imperfecties, swa –
  23. deel één man door duizend
  24. en je hebt een fokking leger;
  25. Zeggen wij ‘paarden,’ denk dan
  26. hoeven op een zachte aarde;
  27. Want jullie brein geeft koningen swag
  28. In andere tijden, verre landen,
  29. en weet al hun successen in no time
  30.  één voor één te showen: en daarom dus
  31. het Koor hier; please please luister,
  32.  en wees lief, aardig en rechtvaardig,
  33. als jullie kijken naar ons stuk.